De basis moet goed zijn, ervaringen van een inval leerkracht.
Als je anderen mee laat kijken met je werk en ze de gelegenheid geeft om je feedback te geven haal je veel meer uit je werk. Je neemt dan wat afstand en gaat in gesprek over je werk. Je wilt situaties verbeteren en je creëert tijd en mogelijkheden om de basis van je werk te versterken! Dat is een mening waar ik steeds meer achter sta.  Hoe ik daarbij kom? Dat komt omdat ik de laatste jaren heel wat basisscholen van binnen heb gezien. Als inval leerkracht mag ik in veel scholen en klassen meekijken. Het valt mij op dat er heel hard gewerkt wordt maar dat de organisatie vaak niet op orde is. Voor een invalleerkracht is het dan moeilijk invallen, terwijl het niveau voor de klas omhoog kan en het werkplezier van de docent verbeterd kan worden. Ik zeg wel eens thuis: ”Laat mij een klaslokaal zien! Dan weet ik hoe het met de kinderen en leerkracht gesteld is.”.

Een paar voorbeelden.

Laat ik je meenemen met de eerste indruk van een school.  Van buiten ziet het gebouw er mooi uit. Een groot hek omsluit de speelweide van de school. Een soort panna-kooi siert het plein. Er om heen staan allemaal klimtoestellen. Op de grond is een hinkelbaan geschilderd met felle kleuren. Mooie afbeelding van een rups siert de grond. Als het ik het schoolgebouw in wil gaan word ik binnen gelaten door een leerkracht. Ze wijst mij de weg naar het lokaal waar ik moet zijn. Ik merk aan haar houding dat ik niet de eerste invalleerkracht ben deze week. Ze is kort van stof en wijst mij het lokaal. Ze doet de lichten aan en loopt naar het bureau. “Hier ligt alles. Als je nog vragen hebt kun je bij de leerkracht van groep 6 terecht.” Ik kijk haar aan en zeg ‘bedankt’. Snel werp ik een blik op het rooster. ‘Mag ik u een vraag stellen?’ Ze staat stil en draait zich om en kijkt mij aan. ‘Euhm wat is de code voor de computer en de programma’s die ik nodig heb?’ Ze loopt naar de computer en doet hem aan. Ze rommelt tussen de papieren en geeft mij een papier waar de code van de computer instaat. Ik zeg ‘bedankt.’ Ik hang mijn jas op en kijk het lokaal eens door. Wat me opvalt zijn de tafeltjes. Ze staan in rijen van 2 en 3. Ik tel ze snel. Het zijn er 27! De tafels staan zo dat ze heel dicht bij het bord staan. Tussen het bord en de tafels is er bijna geen looppad meer over. Onder het bord staat een lage tafel met allemaal schriften en boeken erop. Ik loop naar het bord toe. Ik moet me een beetje voorover bukken om op het bord te kunnen schrijven. Ik vraag me dan altijd af hoe vaak deze leerkracht de kinderen bij het bord laat werken?  Aan de rechterkant van het lokaal staan de tafels en stoelen zo ver naar voren dat ze met geen mogelijkheid op het bord kunnen kijken! Ik zie wat kasten staan waar van 1 met wat boeken. Maar alles is zo neergezet dat de kinderen er bijna niet bij kunnen komen. In ieder geval hebben dan andere kinderen er last van.

Ik ga maar eens achter het bureau zitten. Start de computer op en typ de inlog code in. Hmm hij doet het niet! Nog maar eens proberen! Nog niet. Ik kijk op het rooster en ga opzoek naar de handleidingen. Na enig gepuzzel heb ik de lessen bij elkaar en zie ik wat ze moeten doen! Bij taal is de les zo onduidelijk omschreven dat ik niet weet wat ik precies moet doen maar dat vraag ik wel zo aan de kinderen. Helaas ligt er geen plattegrond met namen op het bureau en zal ik dat aan een van de kinderen moeten vragen.  Als ik later in de computer ben gekomen met behulp van een andere leerkracht blijkt ook nog eens dat ik als invaller niet bij de digibord software kan. Gelukkig wil de andere leerkracht mij zijn inloggegevens geven zodat ik toch het bord kan gebruiken!  En als later de kinderen binnen druppelen merk ik dat de organisatie van de klas terug te zien is in het gedrag van de kinderen!

Een aantal jaren geleden was ik leerkracht op een school met het BAS systeem. Bouwen aan een adoptieve school. Het systeem is zo opgebouwd uit bouwstenen. Eén van de bouwstenen is je klassenmanagement. Dit gaat ook over het inrichten van je lokaal. Hoe is je lokaal ingericht? Waar liggen de spullen van jou en de kinderen? Wat is nodig en wat niet? Ziet je lokaal er goed en leuk uit! Kinderen zitten hier wel veel van hun tijd en het is je eigen werkplek? We willen graag de kinderen zelfstandigheid leren. Maar als ze nog niet eens hun eigen spullen kunnen pakken en aan de leerkracht moeten vragen om materialen! Wat voor signaal geven we dan af! Wat is het goed om dan eens te gaan praten met de juffen uit de kleuterklassen. Zij hebben dit helemaal in hun vingers. Ze beheersen het om kasten effectief in te richten. Om de looplijnen zo te hebben dat de kinderen overal bij kunnen. Ik merk zelf dat ze rouleren met hun materialen en dit ook nog eens op verschillende niveaus aanbieden.

Maar ook voor ons werk in het gezinshuis heb je soms andere ogen nodig. Andere mensen om mee te praten over je vak. Maar ook heel basaal over de inrichting van je huis. Over de opbergmogelijkheden en het speelgoed van de kinderen. De inrichting van de slaapkamers. Om vooruit te komen in je vak heb je elkaar nodig. Gebruik elkaars sterke kanten. Je werk wordt er alleen maar leuker van.

Voor mij is het heel duidelijk als de basis van je werk goed voor elkaar is dan kan er geleefd en geleerd worden.

Heb jij mooie ideeën laat ze maar horen!

Leave a Reply