Moet je altijd beschikbaar zijn voor je kind?

In ons gezinshuis heb ik het gevoel dat ik altijd beschikbaar moet zijn voor de kinderen. Want ik ben als professioneel opvoeder toch verantwoordelijk voor de kinderen? In het begin van mijn gezinshuis leven was dat zo. Ik wilde de kans niet ontlopen om een kind nee te verkopen in aandacht. Hij had al een aandacht te kort en daarom voelde ik mij verplicht om beschikbaar te zijn. Op alle vragen wilde ik antwoorden geven. Hem helpen en ondersteunen. En ze kunnen veel vragen stellen. En als ze geen vragen hebben laten ze wel weten dat ze er zijn en blijven dicht in je buurt hangen. Dit kan de hele dag doorgaan van s’ morgens vroeg tot s’ avonds laat. Waardoor je het gevoel hebt dat je de hele dag met het kind bezig bent geweest!

Ze zoeken veiligheid en daardoor willen ze dicht in je buurt zijn. Tot spel komt het kind maar ze blijven wel kijken en praten.

Moet je altijd beschikbaar zijn voor je kind? Of mag je nee zeggen tegen interactie met je kind?  Mag je tegen je kind zeggen: “het komende half uur ben ik niet beschikbaar voor jou!” Ook al doe je zelf het komende half uur niks. Want je bent als opvoeder toch verantwoordelijk voor je kind?

In ons gezin gebruiken we de bouwstenen van hechting. Maar ook kijken we graag naar de ‘normale’ ontwikkeling van een kind.  En dan zien we dat de leeftijd en de ontwikkeling die het kind laat zien niet gelijk lopen. De behoefte van aandacht en het aandacht vragen van een kind klopt niet met hun kalenderjaar. Een kind van 10 jaar kan in zijn ontwikkeling nog heel jong zijn. En dus ook dat gedrag van het jonge kind vertonen.
(Zie het kader van het hechtingsproces)


Een peuter is heel trots op zichzelf en denkt dat de wereld om hem draait. Het hoort bij de normale ontwikkeling dat een peuter verwacht dat alle aandacht op hem gericht is. Hij eist alle aandacht op, van iedereen, en overal. Een peuter kan er niet goed tegen wanneer u met andere dingen bezig bent. Hij gaat op allerlei manieren aandacht trekken en begrijpt niet dat ouders ook nog andere dingen te doen hebben dan constant met hem bezig zijn. Je peuter kan erg kwaad worden wanneer je hem geen aandacht geeft.

Hechtingsproces
In het algemeen verloop het hechtingsproces van een kind in fasen:
  1. Eerste drie maanden: signalen die een baby uitzend zijn nog niet gericht op één iemand, je baby voelt zich één met zijn omgeving en maakt nog geen onderscheid tussen personen;
  2. Drie – zes maanden: er ontstaat een begin van herkenning, de baby leert onderscheid maken in stemmen en gezichten. De meest lieve lachjes zijn voor zijn vaste verzorgers;
  3. Vanaf ongeveer zes maanden: periode van nabijheid zoeken en scheidingsangst. Van groot belang in deze periode is dat je baby leert dat je weer terugkomt als je even weg bent geweest (bijvoorbeeld middels kiekeboe-spelletjes).
  4. Ongeveer anderhalf jaar tot drie jaar: losmaken tot zelfstandigheid. Je kind heeft een innerlijk beeld gevormd van zijn ouders en heeft geleerd dat de ouder ook buiten het gezichtsveld blijft bestaan. Je kind gaat ontdekken dat hij zelf ook iemand is, los van zijn ouders. Hij gaat ervaren dat hij zelf iemand anders is dan zijn vader of moeder. Hij wordt zelfstandig en geniet van de vrijheid die het loslaten oplevert.
  5. Ongeveer drie tot zes jaar: laatste fase van het hechtingsproces. Je kind leert dat hij zelf actief kan ingrijpen, dat hij creatief kan zijn en de wereld naar zijn hand kan zetten. Hij kan voor zichzelf opkomen.

In het gezinshuis

En dan begrijp je het gedrag van het kind in je gezinshuis. Hij is in zijn ontwikkeling nog heel erg jong. Daarom is het ook niet erg om soms nee te zeggen tegen je kind. Want een jong kind zet je even in de box. Je zorgt dat jezelf weer die dingen kunt doen wat jezelf wilt doen. En het geeft niet dat je niet in dezelfde kamer bent. Zo leert hij langzaam dat je te vertrouwen bent. Je komt terug.

Maar een 10-jarige zet je niet meer in de box? Hier komt het op creativiteit en doorzettingsvermogen. Want hoe benoem je dit zonder dat hij zich afgewezen voelt? En gaat hij dan ook iets doen waar jij het komende half uur geen last van hebt! Want het komt bij mij nog maar al te veel voor dat hij geen vragen aan mij stelt maar wel een half uur lawaai maakt. Aanwezig is zonder woorden. Want daar staat hij dan met zijn neus tegen het raam waar jij net achter zit. Of maakt hij een geluidje wat jij net nog kan horen! Bonken tegen muren, slaan op de tafel, lego blokjes tegen de muur gooien en ga zo maar door.

Het kind heeft het wel nodig om deze fase te doorlopen. En dat maakt het zwaar voor de opvoeder. Maar heel noodzakelijk om grenzen te stellen. Want voordat je het weet erger je aan het kind en slurpt het je energie op.

Het helpt voor allebei om te benoemen dat je hem nu niet wilt helpen maar dat jij over een half uur weer bij hem terug komt. Wel even de wekker zetten anders vergeet je het maar zo bouw je langzaam aan het wederzijds vertrouwen. En benoem dat het niks met hem heeft te maken maar met jouzelf. En dat is een proces van vallen en opstaan.

Leave a Reply