Een kopje koffie

Zeven jaar geleden zette ik mijn huis open voor uithuisgeplaatste kinderen.

Met armen wijd open zou ik ze een fijn thuis bieden. Ik legde de lat niet te hoog. Ik wilde er voor ze zijn met een kopje thee en een arm om hun schouder.

Ik maakte tijd en ruimte voor kinderen die niet meer bij hun eigen familie kunnen wonen. Kinderen die zoveel moeten missen, wat voor mij en mijn familie zo vanzelfsprekend is.

Na ruim zeven jaar zorgen ben ik erachter dat het niet meevalt. Deze kinderen hebben moeite met relatie en verbinding, daardoor is gezellig een kopje theedrinken al haast onmogelijk.

Voor relatie en verbinding heb je ruimte nodig. Ruimte in je hoofd en ruimte in je hart.

Bij de gezinshuiskinderen, heb ik gemerkt, mist die ruimte. Hun hoofd is vaak vol, vol met gedachten van wat had kunnen zijn. Ze kunnen niet genieten van nu, want ze hadden het zo graag anders gehad.

Na zeven jaar weet ik dat deze kinderen zich zo alleen voelen en dat ik die leegte niet kan opvullen. Ik kan ze manieren leren om te gaan met de pijn. Ze sociale vaardigheden leren, maar die verinnerlijken bijna niet. Als ze straks bij me weggaan, hebben ze nog een lange weg te gaan. Hopelijk kunnen ze dan terugkijken op mooie jaren in het gezinshuis. Misschien gaan ze dan ooit waarderen wat ik ze heb aangereikt, maar wat ze niet konden pakken.

Misschien komen ze dan nog eens terug voor een kopje thee.

Inez Bolks

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *