Langzaam loop ik even de klas uit. Een diepe zucht komt uit mijn binnenste. Even mijn ogen dicht en bewust even uitademen.  Door mijn hoofd schieten een aantal gedachten:” wat kan ik doen”, “ ik red het zo niet”. Ik loop naar het koffiezetapparaat. Pak een kopje koffie en loop  mijn lokaal weer in. Even eruit. Gelukkig is iedereen nog aan het werk. Hij zit spelling te doen op de computer. Voor even is het rustig maar hoelang……

Over je grens

Het werken met getraumatiseerde kinderen vraagt heel wat van een leerkracht zoals je al in deel 1 en deel 2 hebt kunnen lezen. Voor jezelf zorgen is daarom het belangrijkste wat je moet doen.  Want deze kinderen vragen bewust en onbewust iets van jou. Ze gaan over je grenzen. In je gedachten ben je met ze bezig. Je bent sneller geprikkeld en over-alert. Elke keer gaan ze tegen alle regels en routines in. En de tol die je betaald is zowel fysiek, emotioneel als psychisch.

‘ Ik klaag je aan, je hoort niet zo tegen mij te praten hoor!’ Daar staat hij voor mij. Ik heb hem net aangesproken op zijn niet te stoppen gepraat. Hij blijft praten terwijl ik al lang een ander de beurt geef. Ik zeg:” Als ik je nog een keer hoor ben je de pauze binnen” , Hij begint ontzettend te mopperen’ ik zeg:” het gaat nu in, pas op, want je weet de consequentie” . stil loopt hij boos naar zijn plek toe. Schopt tegen de tafel aan waardoor een ander kind weer boos wil reageren. Ik knipoog naar deze jongen. Gelukkig begrijpt hij mij en de rust keert weer.’

Hoe te handelen?

Als leerkracht ben je de hele dag aan het zoeken en kijken hoe je de dag door kunt komen zonder teveel conflicten. Hoe kun je hem daar krijgen dat hij luistert, meedoet en stil is als je dat van hen vraagt. Niet door de klas blijft lopen en anderen van hun werk afhoudt. Dat het taalgebruik zo is dat het acceptabel is en je er niet iets van hoeft te zeggen.

Overwerkt

Als je niet oppast loop je zo een Burn-out  op. Of in het boek lesgeven aan getraumatiseerde kinderen praten ze over burn-out, secundaire stress of uitputting van mededogen.  Als leerkracht moet je je bewust zijn van je eigen kwetsbaarheid en op tijd aangeven als iets niet meer gaat.  Want als leerkracht wil je lesgeven. Geef je om de kinderen en wil je een extra stap doen voor hen die dit nodig hebben. Maar voor deze kinderen is meer nodig waar jij rekening moet houden.

Praktische handvatten om je staande te houden.

Steun van anderen binnen en buiten je school.
Iemand in je team moet een luisterend oor voor je verhaal hebben. Elke dag even vragen en meeleven met je groep. En je werk met getraumatiseerde kinderen. Het zou helpend zijn om een vaste buddy te hebben die dit als taak heeft. Maar ook de steun van je leidingevende en intern begeleider of bouwcoördinator is van onmisbaar belang.

Vaste hulp binnen of buiten de klas.
In mijn geval helpt het om een leerkracht als buddy te hebben. Met deze leerkracht hebben we afgesproken dat het kind na elke pauze een half uur begint bij mijn buddy in de klas.
Ik kan me ook voorstellen dat het helpt om een klassenassistent 1 uur per dag in je klas te hebben. Dit zorgt ervoor dat je stress level naar beneden gaat en je de klas even met zijn tweeën kunt draaien. Heel vaak zie je dat dit ook weer meer veiligheid bij het getraumatiseerde kind geeft.

Zelfzorg
Neem afstand van je werk. Ga iets doen wat helemaal niks met het onderwijs te maken heeft. Dit kan je helpen om even los te komen van je situatie in de klas. Het piekeren over de situatie kan na schooltijd ook nog doorgaan.

“ ik moet wel eens denken aan de brandweer. Na een brand of ander incident waar ze bij opgeroepen worden is er altijd weer een debriefing. Even met elkaar praten en stoom afblazen. Praten over de situatie en wat je gezien/gedaan hebt. Dit is eigenlijk ook noodzakelijk bij je als leerkracht als je werkt met getraumatiseerde kinderen. Het helpt je om de situatie los te laten en anders naar huis te gaan.”

Gesprekken over het perspectief van het kind.
Hoelang en onder wat voor voorwaarde kan ik hem nog in de klas hebben. Heel duidelijk met de ib-er,ouders en andere hulpverleners afspreken hoelang en wat je ervoor nodig hebt om hem in de klas te houden. Ik zou dit gesprek per 4 weken willen voeren. Hoe zit je erbij. Kan het nog. Enz. En misschien kom je dan tot de conclusie dat het bij jou niet meer gaat. En dat je een keuze moet maken hoelang hij in de klas kan zijn. B.v. halve dag.

Scholing
Scholing over trauma en wat het doet met het kind en met de omgeving is van wezenlijk belang. Het vraagt inzet van het hele team; Samen optrekken en weten wat het is om met deze kinderen om te gaan geeft al meer het gevoel dat je er weer tegen aan kunt gaan.

Leidinggevende
Het werken aan een gezond leefklimaat begint bij de mensen die leidinggeven aan de leerkrachten. Hun actieve betrokkenheid en medeleven is van wezenlijk belang. Een luisterend oor en actief betrokken zijn bij de situatie. Aangeven wat je verwacht van je leerkracht en wat jij als mogelijkheden ziet.

Plan van aanpak
Ga zitten en maak een plan van aanpak. Zet erin wat je nodig hebt en wat je aankan. Hoe je dit jaar wilt lesgeven met deze kinderen. En wat je nodig hebt van je leidinggevende en collega’s. Want lesgeven doe je niet in je eendje.

Lesgeven is een mooi beroep. Maar je bent ook kwetsbaar. Het weten wat je wel en niet kunt is belangrijk. Werken met getraumatiseerde kinderen zet je eigen waarde onder druk. Het gevoel van:’ ik kan het’ is ver te zoeken. Soms krijg je zelfs een hekel aan je eigen gedrag. Het politie agentje te moeten spelen. Daarom mijn oproep: “ZORG VOOR JEZELF” .

André Bolks
andrebolks@live.com
André Bolks is gezinshuisvader en leerkracht. Tevens gediplomeerd trainer van de cursus ‘ lesgeven aan getraumatiseerde kinderen’. De cursus is gebaseerd op het boek “lesgeven aan getraumatiseerde kinderen”, een praktisch handboek voor het basisonderwijs. (2016) Leony Coppens, Marthe Schneijderberg en Carina van Kregten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *